Muzikale leiding

Het harmonieorkest staat onder leiding het muzikale driemanschap Ivan Meylemans (chef-dirigent), Erik Somers (2e dirigent) en Heinz Friesen (ere-dirigent). De slagwerkgroep wordt geleid door dirigent Frank Marx.

Facebook

Nieuws, achtergronden en foto's van alles wat Harmonie St. Michaël bezig houdt, kunt u volgen via facebook.

Slagwerkgroep

Eerstvolgende concerten

25 mei Gezamenlijk Concert - Oranjerie Roermond

20 juli WASBE - Utrecht

Kijk in onze kalender voor een overzicht van alle activiteiten.

Ik ben een vriend!

Ondersteun Harmonie St. Michaël door vriend te worden. Klik hier voor meer informatie.

WASBE - Utrecht

20 juli 2017, Utrecht (NL).

Harmonie St. Michaël is uitgenodigd om als vertegenwoordiger van Nederland concerteren op de conferentie van de World Association for Symphonic Bands and Ensembles (WASBE) in Tivoli Vredenburg in Utrecht.

http://wasbe2017.com/

Programma WASBE-concert TivoliVredenburg 20 juli 2017

Harmonie St. Michaël van Thorn
Dirigent Ivan Meylemans

1. Marc van Delft (1959) - Dance Suite (Wereldpremière)
“Al lange tijd wilde ik een werk componeren in een opwindende folkloristische dans- of balletmuziekstijl, zoals bijvoorbeeld de danssuite 'Estancia' van de Argentijnse componist Ginastera, een van mijn lievelingswerken.” Vanuit dit idee schreef Marc van Delft in opdracht van Harmonie St. Michaël van Thorn deze driedelige suite. Het eerste deel (Dance) bevat een aantal alternerende thema’s en motieven: een meer lyrisch thema in het hout en een en enkele thema’s en motieven in het koper met een hoofdrol voor de hoorns. Daarbij is er ook nog een opwindend tegenthema. De verschillende thema’s wisselen elkaar steeds af. Het hoofdthema mondt uit in een enerverend slot.
Het langzame tweede deel (Intermezzo) heeft het karakter van een dreigende stilte voor de storm (van het derde deel). Het klankidioom is moderner. Het begint met een cadens in de soloklarinet als een moment van verstilling na het uitbundige eerste deel. Na vervolgens een onheilspellende passage in de basklarinet ontstaat een korte maar hevige climax die ook weer snel wegebt. Er volgt een weemoedige epiloog in de houtblazers: een beschouwend koraal met een lyrisch karakter dat vragend afsluit.
In het laatste deel (Finale) wordt min of meer voortgeborduurd op materiaal uit het begindeel, maar ernstiger van karakter. Ook verschijnt er in het hele orkest een dramatisch nieuw thema. Er bouwt zich in de houtblazers een opwindende nieuwe climax op. Als totale verassing volgt even later een compleet ander gedeelte, nu niet op Zuid-Amerikaanse maar op Keltische muziek geïnspireerd. Het begint met een doedelzak-imitatie door de hobo's. Kort daarna gevolgd door een vrolijke en snelle passage, ingegeven door de ‘reels’ van de groep Capercaillie: opwindende instrumentale Iers-Schotse volksdansen in een snelle herhalende muzikale beweging. Dit voert naar een muzikale climax die plotseling, als een soort verkorte reprise uit het begingedeelte, weer leidt naar een dramatische melodie. Het hoornthema uit het eerste deel duikt weer op en een nieuwe muzikale apotheose lijkt zich te ontwikkelen. Dan volgt onverwacht echter een decrescendo in het orkest. In de althobo- en basklarinet klinkt nog een keer een muzikale reflectie op het tweede deel. Dit vormt uiteindelijk de aanloop naar een majestueus slot.

2. Johan de Meij (1953) – Two-Bone Concerto, voor 2 trombones en harmonieorkest
m.m.v. Jörgen van Rijen en Alexander Verbeek (trombone)

De Nederlandse componist en dirigent Johan de Meij studeerde directie en trombone aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Hij geniet internationale bekendheid als arrangeur en componist van werken voor blazers. Zijn oeuvre, bestaande uit originele composities voor harmonieorkest, bewerkingen van filmmuziek en musicals en arrangementen van zowel klassieke werken als amusementsmuziek. Het werk van De Meij is wereldwijd inmiddels een vaste waarde in het repertoire blaasorkesten.
Alvorens zich volledig te wijden aan het componeren en dirigeren was Johan de Meij actief als trombonist. Het is dus niet zo verwonderlijk dat hij zijn Two-Bone Concerto heeft geschreven voor - en opgedragen aan - de wereldvermaarde trombonisten Joseph Alessi en Jörgen van Rijen. Zij verzorgden op 9 juni 2016 de wereldpremière tijdens het International Trombone Festival in de Juilliard School of Music te New York. Het Two-Bone Concerto is De Meij’s derde solo-compositie voor de combinatie trombone en harmonieorkest, na T-Bone Concerto (1995) en Canticles voor bastrombone (2007).
Harmonie St. Michaël voert dit spectaculaire dubbelconcert, met tevens een belangrijke rol voor de slagwerksectie, uit met twee gerenommeerde trombonisten van Nederlandse bodem: Jörgen van Rijen en Alexander Verbeek. Zij nemen de virtuoze solopartijen voor hun rekening, waarbij zij zowel hun technische kwaliteiten als hun onderlinge muzikale chemie zullen etaleren.

Jörgen van Rijen
Naast zijn werk als solotrombonist van het Koninklijk Concertgebouworkest is Jörgen van Rijen een veelgevraagd solist en workshopleider in binnen- en buitenland. Hij studeerde aan het Rotterdams Conservatorium en het Conservatoire National Supérieur de Musique de Lyon en won eerste prijzen op de internationale tromboneconcoursen. Daarnaast ontving hij in 2004 de Nederlandse Muziekprijs en in 2006 de prestigieuze Borletti-Buitoni Trust Award. Zijn speciale aandacht gaat uit naar ontwikkelen van nieuw repertoire voor de trombone. Vele nieuwe trombonestukken zijn speciaal voor Jörgen geschreven, waaronder een tromboneconcert van Theo Verbey, Martijn Padding, Jacob ter Veldhuis, Jan van Vlijmen, Johan de Meij en Kalevi Aho. Zeer recent in april 2017 ging het tromboneconcert dat James Macmillan voor hem schreef in premiere. Jörgen maakt regelmatig deel uit van het Lucerne Festival Orchestra. Hij geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam en aan de Royal Academy of Music (Londen). Verder is hij een actief kamermusicus. Hij was één van de oprichters van het Nieuw Trombone Collectief. Op het label Channel Classics zijn inmiddels drie CDs van hem verschenen.

Alexander Verbeek
Alexander studeerde trombone aan het Rotterdams conservatorium en volgde masterclasses bij Michel Becquet, Bart van Lier, Christian Lindberg en Victor Sumerkin. Naast zijn functie als solo-trombonist bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest is hij een van de oprichters en vaste kracht van het Nieuw Trombone Collectief, lid van het Nederlands Blazers Ensemble en hoofdvakdocent trombone aan het Rotterdams Conservatorium. Andere gerenommeerde orkesten en ensembles waar Alexander meegespeelde zijn het Paradiso Orchestra, Chamber Ochestra of Europe en Lucerne Festival Orchestra. Verder is hij in Nederland actief betrokken bij tal van muzikale en educatieve projecten waaronder Het Jong Trombone Collectief, Het Remix Orchestra, Projecten op Basisscholen en Voortgezet Onderwijs zoals Componeren met Kinderen, Educatieve concerten met koperkwintet op scholen en, in een samenwerking met Museum Boijmans en van Beuningen (Rotterdam), en bij het project ‘Muzikale vertellingen’ voor het basisonderwijs.

3. Florent Schmitt (1870 - 1958) – Dionysiaques

Florent Schmitt schreef Dionysiaques (opus 62) in 1913 voor het beroemde harmonieorkest van de Franse Garde Républicaine. Dit ensemble had naast zijn militaire taak ook een concertfunctie, waardoor het niveau van musiceren op een hoog peil stond. Op 9 juni 1925, twaalf jaar na het ontstaan, beleefde Dionysiaques zijn première. De titel van het werk verwijst naar de Griekse god Dionysos. De oude Grieken eerden Dionysos met offerfeesten. Rond een bok die ten offer werd gebracht zongen jonge mannen en vrouwen liederen. Deze gezangen werden van tijd tot tijd onderbroken door wijndronken, potsierlijk verklede en gemaskerde jongeren, die de plechtigheid te ernstig vonden en nadrukkelijk van hun blijmoedigheid wilden getuigen.
Evenals de Dionysosfeesten kent de compositie twee kanten: enerzijds een impressionistische ingetogenheid met sferen als in de composities van Debussy, en anderzijds een ruige uitbundigheid met klankexplosies en ritmiek die aan Stravinsky doen denken. Naast het muzikale karakter is het vooral de uitgebreide instrumentatie die het werk een unieke plaats in het repertoire voor harmonieorkest heeft doen innemen. Het meest opvallende aspect wat dit betreft is het gebruik van de totale saxhoornfamilie, van es-bugel tot bastuba, als tegenhanger van de strijkers in het symfonieorkest. Daarom heeft Schmitt deze groep instrumenten ook onderaan de partituurbladzijden genoteerd.
Dionysiaques wordt beschouwd als een compositorische mijlpaal. Meer dan een eeuw na zijn ontstaan is het werk door zijn muzikale inhoud, technische moeilijkheidsgraad en uitgebreide instrumentatie nog steeds een muzikaal monument in het repertorium voor harmonieorkest.

4. Nikolai Rimsky-Korsakov (1844 - 1908) – Capriccio Espagnol

Capriccio Espagnol (opus 34) is de titel van een vijfdelige orkestsuite, gebaseerd op Spaanse volksliederen, gecomponeerd door de Russische componist Nikolai Rimsky-Korsakov in 1887. Origineel wilde Rimsky-Korsakov dit werk schrijven voor solo-viool met orkest, maar hij besloot later dat een zuiver orkestraal werk de levendige melodieën beter tot hun recht zou brengen. Hij droeg het op aan het orkest van St. Petersburg. In het glansrijke werk maakt de componist gebruik van dansante Spaanse thema’s. Uiterst briljant creëert hij een muzikale schildering van een exotisch Spanje met zigeuners en hun typische ritmische dansen, begeleid door de klanken van tamboerijn en castagnetten. Het eerste deel van de vijfdelige suite kondigt met zijn strakke en opzwepende ritme het feest aan. Aan het slot sterft de feestelijke klank van het orkest weg. Het is alsof de vrolijke feestgangers huiswaarts keren. Deel twee bestaat uit een aantal contrastrijke variaties op een thema vol hartstocht, dat wordt ingeleid door de hoorns. Het derde deel bestaat uit een herhaling van het hoofdthema uit het eerste deel in een andere orkestratie. In het vierde deel schildert de componist met een eerste thema het muzikale portret van een aantrekkelijke en sierlijke Spaanse danseres, dat uitmondt in een wervelend tweede thema van een pakkende Spaanse dans. De cadensen van de verschillende solo-instrumenten herinneren aan het preluderen en improviseren van zigeunermuzikanten. In het laatste deel wordt een Spaans volksfeest uitgebeeld. Nieuwe muzikale thema’s duiken op, naast melodieën uit vorige delen.

Meer info: http://wasbe2017.com/

« Terug naar overzicht